Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tingen en meeningen elke verklaring te vermijden, zoolang hij nog zoekende was den weg en met zichzelf in het reine moest komen, zat hij evenwel te luisteren, te volgen het gesprokene met een intensiteit van aandacht die hem soms het bloed naar het hoofd joeg, doch vaak ook hem deed verbleeken bij sommige uitingen, die met zijn gedachten van den laatsten tijd een zoo schril contrast vormden. Het was letterlijk pijn die hij gevoelde wanneer zijn eigen vader, de man wiens leiding hem zijn vrij gedachten- en zieleleven had gewaarborgd, thans ontwijdde datgene wat hij bezig was in stille vroomheid op te bouwen in zijn geestesleven. Gevormd uit de kern van zijn innigste zelf kon het in zijn geduldigen groei tarten elke schennis, elke. ontwijding; maar dat zich langzaam voelen verwijderen van den afgod van zijn jeugd was voor hem een marteling. En toch was anders denken dan hij deed hem onmogelijk. Hij kon geen afstand meer doen van de ziele-zuurstof die zijn gansche ikheid als met nieuwe levenskracht toerustte.

Het was de laatste avond vóór hun vertrek naar Delft. Nadat Robert geruimen tijd in de salon met de meisjes had gemusiceerd, en zelfs Baby had overgehaald een quatre-mains van Diabelli met hem te spelen, begaven de dames zich ter ruste en bleven de heeren nog wat praten. Meryan had bevonden dat Robert Kant en hij dicht genoeg bij elkander stonden, om een discussie aangaande gewichtige vraagstukken althans eenigermate vruchtbaar te doen zijn. En het prikkelend genoegen van dergelijke discussifin was hem zelden gegund. De meesten zijner kennissen, vooral zij die weinig met hem in leeftijd verschilden, vermeden elke ernstige gedachtenwisseling met hem. Zijn autoritaire aard en tranchante toon — zich met de jaren geenszins verzachtend — deden al te spoedig een dergelijk gesprek een scherpe onaangename wending nemen. Maar Robert met zijn eigenaardig flegma en die buitendien den vader van zijn vriend al de égards betoonde, waarop zijn leeftijd hem recht gaf, had dien toon tot dusverre nog niet uitgelokt. Daartoe was hij over het geheel een te onverschillig polemicus. Men had zelden vat op hem. Zijn tactiek was veeleer de tegenpartij door de een of andere schijnbaar onschuldige opmerking buiten hare verschansing te lokken en dan met al de scherpte van zijn waarnemingsvermogen aan het ontleden te gaan.

„Het is eigenlijk een noodlottige tijd waarin wij leven," zeide Meryan heden avond in antwoord op een gezegde van zijn gast.

Sluiten