Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zeeeen' houd zo maar en het geld ook...." maar bedacht 7ich dadelijk De jongen bedelde immers niet! Mocht hl) hem dan vernederen? — Toch scheen de aarzeling waarmede hij de bladen

TtfïïïlS' ronddelen!» * de knaap schie».

Een prachtig hoofdartikel, u zult wel zien! , ,

" En meteen was hij alweer verder, als een aal tusschen de banken

en de menschen glijdend, zijn stem zich weer mei^nd."1 h^at3te <l,r anderen terwijl Barthold, met zijn vijf-en-twintig „laatste stuiptrekkingen van het kapitalisme" in de hand, nog ergens een plaats trachtte te ontdekken, maar tevergeefs. Wel wist hij met £ge moeite naar voren te dringen, om tegen den muur dicht

' 'Hef wasTde 'derde' volksvergadering die hij heden avond bijwoonde Enkele détails dier bijeenkomsten kende lnj dus ïeeas.

thans bevond hij zich voor het eerst in een volstrekt armelijke omgeving. Op dezen avond, in dit onoogelijke lokaal, geen

7nndao-sche plunje geen vertoon van heer-achtigheid zooals eldeis Zondagscne piunje, ,. ai.,.AlVlers on klompen,

welvarender plaatsen, nier, * ,

„nn versleten werkpak, met de vettige gl,mmende

in

in

leten ^ ° _ , lutolfiar.

Troii r e scnnni uaiiK ui ucn ~

steiger ofJkalkbak of de heete vuren der smidse gekomen, bezweet en vermoeid, steeds wegvegend met de grove bonte zakdoeken of met hun mouwen de dikke droppels die hun op ie voorioofd parelden en die, ondanks het vegen, in deze bedompte slecht-geventileerde ruimte telkens weer opnieuw te voorschijn

kVEnkele jonge kerels, stevig gebouwde, gespierde gestalten in hun werkkielef die hals en borst gedeeltelijk onbedekt lieten, werden door Barthold opgemerkt, maar verreweg de meesten vei toonden de sporen van hun lichamelijke en zedelijke verwaarloozing, hun moeitevol bestaan en vroegtijdigen ouderdom methuntenngac g holle kaken grauwe gelaatstint en wezenlooze glazige oosen, mei hun gekromde ledematen en stijve, misvormde, bevende \ingers, die zelfs moeite hadden de lucifers vast te houden waarmede pijp

of sigaar werd aangestoken. , , VArVnilde ruw

En rondziende, gadeslaande al die onoogehjke venmlde ruw

inrekende en vloekende en spuwende schepselen in menschen

Xn°e «de W] - »o al ooit rechtstreeks,m—g

gekomen - toch nimmer zich had bevonden in de verhouding

van mensch tot mensch, opmerkend de dierlijke uitdrukking va

ê

9

Sluiten