Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een der grootste vakvereenigingen aldaar, de diamantbewerkersbond, tellende ongeveer zevenduizend leden, had in Volksvlijt een reuzenmeeting belegd, om te beraadslagen over het al of niet verstrekken van een wekelijkschen geldelijken steun aan de slachtoffers eener werkstaking in het Zuiden des lands. De weerstandskas was niet rijk. De leden van den vakbond, zeiven uitgeput door lange tijden van werkloosheid en door den zwaren economischen strijd aanhoudend door hen gevoerd, konden niet dan met groote opofferingen hunne contributiën aan de kas afdragen. ,En nu had je moeten zien," ging de verteller voort, „den geest van naastenliefde en opoffering die deze gansche vergadering bezielde. De gloeiende rede van den voorzitter van den Bond riep het beste wat in hen was ten leven. Er bevonden zich daai arbeiders van alle gezindheden, belijdend verschillende godsdiensten, maar al die duizenden waren opgekomen voor een doel van zuivere menschenliefde, bijeengekomen om te beslissen of het offer, dat hun flnantiëele krachten tot het uiterste zou beproeven, tei liefde van die hen onbekende, in de verre stad lijdende mannen en vrouwen en kinderen inoest worden gebracht. En na het eindigen der rede was het verheffend te hooren die ééne unamieme lang aangehouden kreet van instemming, te zien dien heerlijken élan bij het voorstel hun spaarpenningen van maanden en maanden weg te schenken aan hen die nog meer leden dan zij-

„En te midden van die duizenden niet één enkele wanklank 1 In die uren zegevierde althans op één klein plekje van den aardbodem het heilige solidariteitsbeginsel, het zuiver rein-menschelijk voelen, zonder secte-ijver of partijzucht — die religieuse aandrift, die naar mijn innige overtuiging meer en meer ons denken en gevoelen zal gaan beheerschen.

..De oogenblikken die ik dezen morgen heb doorleefd, zijn dan ook voor mij," besloot Thornton, „van meer beteekenis dan de grootste politieke triomf die wij hadden kunnen vieren. Zij teekenen meer dan alles den voortgang der beschaving, zij teekenen het zich in daden openbarend hooger menschelijk bewustzijn van de arbeiders. Want onder al die werklieden zag ik weinigen wier oogen geheel droog bleven. De emotie opgewekt door die juichende jubelende liefdekreet van duizenden doortrilde allen zonder onderscheid. „Herinner je je," vervolgde hij zich tot zijn vrouw wendend, „die schoone gedachte van Maeterlinck in zijn „Trésor des humbles".: „Niets kan twee zielen meer scheiden, die één oogen-

Sluiten