Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, in ongenade niet, dat weet je wel beter, maar "

„Welnu, wat bedoel je?"

„Zal ik de stoute schoenen maar aantrekken? Nu, dan bedoel ik, dat je je nog volstrekt niet hebt losgemaakt van al je vroegere opvattingen aangaande veel dingen, vooral niet wat betreft de stelling der vrouw in de maatschappij."

Hij zeide niets en liep zwijgend voort.

„Haar geheel mensch-zijn of mensch-worden doetje altijd nog zoo'n beetje huiveren. Je zondt ze zoo graag als teere kasbloemen willen blijven beschouwen; wèl haar moreel en geestelijk zoowat

inwijden in het volle leven, maar toch van verre één venstertje

maar van de serre voor haar openzetten ...."

„Ik geef je toe, dat daar wel iets van aan is," zeide hij na een pauze; „maar je spreekt te veel in het algemeen. Noem me eens eenige bepaalde dingen op, waarin ik, met betrekking tot de vrouw, volgens jou zoo erg conservatief ben."

„ Neen, bepaalde dingen opsommen is onmogelijk!" zeide zij glimlachend. „Het is meer een algemeene impressie die je me geeft...." Met deze woorden reikte zij hem de hand tot afscheid. „ En nu moet ik heusch gaan, jou latend onder de algemeene impressie, dat ik een akelige wijsneus ben!"

Zij lachten beiden hartelijk.

„ Mag ik je straks naar den trein brengen ?"

„Neen, dat behoeft niet. Mijnheer en Mevrouw en allemaal gaan mede; ik ben dus goed beschermd. Beter beschermd dan in Londen!"

„Tot het laatst toe schijn ik geplaagd te moeten worden! Nu, tot weerziens dan. Einde September trouwen wij; en dan na een klein reisje denken wij onze Delftsche kluis te betrekken."

„Dus over een groote twee maanden. Nogmaals van harte geluk .... en vaarwel!"

En met een handdruk scheidden zij.

Robert Kant was niet weinig verbaasd geweest, toen Barthold hem de tijding van zijn engagement en zijn naderend huwelijk had geschreven, er bij gevend een vrij uitvoerig relaas van de

Sluiten