Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mend. Of beter gezegd: die twee elementen vormen een éénheid. Wat men stof en geest noemt, zijn slechts de voor ons bewustzijn verschillende verschijningsvormen van één en hetzelfde — van wat wij Natuur noemen. Op het einde dezer eeuw, bijvoorbeeld, zie ik de geestelijke revolutie even sterk geaccentueerd als de economische. Want ondanks alles wat het egoïsme nog steeds tot een socialen eisch maakt, zijn er alom teekenen van een liooger zedelijk bewustzijn te bespeuren. Het is alsof datgene wat John Trevor, de stichter der Arbeidskerk, noemt het goddelijke in den mensch, de individuen thans reeds geestelijk wil voorbereiden tot de hooger, edeler levensvormen der toekomst. En dat iets.... dat onnaspeurlijke — in de fijner bewerktuigde menschenzielen zich nu reeds openbarend dat de mysticus het goddelijke zal noemen en de niet-mysticus als de ethische afschaduwing der beweging zal aanduiden, kan naar mijn meening krachtig ontwikkeld worden door een propaganda als die van de Arbeidskerk. Zij zal misschien aan vele bestaande of ontwakende zielebehoeften te gemoet komen."

„Zoudt u er niet eens met Martalis over kunnen spreken, papa?" vroeg Anna dringend.

,, Dat zou niets geven, kindlief. Zooals ik je zeide, vreest hij eerder verzachting van den klassenstrijd. En voor die vrees is ook wel iets te zeggen. Daarom moet een ieder maar handelen en werken en ijveren volgens zijn persoonlijke neigingen. Al die verschillende factoren brengen ons toch eindelijk tot een nieuwe , groote periode in de wereldontwikkeling, even grootsch en ingrijpend als de kapitalistische periode geweest is."

„ En als hij nu eens tegenwerkt ? "

„Dat zal hij niet doen. Buitendien, wanneer de Labour-Church hier, even als in Engeland, „ten leven wekt wat reeds sliep in velen," zooals Trevor zegt, kan geen individueele tegenwerking iets baten. Maar ik zou eerder vreezen, dat onze volksaaid te nuchter, te onpoëtisch is, om aan een Arbeidskerk rechtaan bestaan te geven. Dat kan alleen de toekomst uitmaken.

„ Lees u zijn brief eens...." zeide Anna, haar vader het

schrijven overreikend. 1 ,

„Waarom zet hij het zoo omslachtig zwart op wit, m plaats

van het mondeling af te doen?" klonk zijn vraag.

„Ja, niet waar, hoe vreemd?" zeide Anna, de schouders ophalend. „Hij zegt dit te doen, omdat hij anders vooruit weet met tegen me opgewassen te zijn! Verbeeld je zoo'n ironie! Een redenaar als hij niet opgewassen tegen een armzalig wurm als ik ben.

Sluiten