Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of heft zij zich ginds hoog, in 't hangend haar,

Naar de granaatvrucht, gloeiende onder 't groen ? Waar wijlde zij, toen Hyperions lach Van berg tot bergen vloog — Persephoneia! Waarom verzonk de zon in mijmering En zweefde er mijm'ring op de leege lucht? —

Zeus' en Deméters kind — Persephoneia! —

I

Toen zij een kind was, woonde ze in het dal Van Enna, waar 't gebloemte gaarne groeit,

En rees er ied'ren morgen vóór de zon,

En liet Demeter in haar hooge woning, De schaduwlieflijke, van levend hout,

Met groene zalen, koel en wijdgewelfd;

En huppelde blij-neuriënd in den dauw,

Met wangen, waar de blos op lag en leefde, Onwelkbaar, als een rozenblad in 't woud Der Schoone Slaapster. Zóo ging ze uit, Zeus' kind, En ging al stil de stille velden door,

En zag de laatste sterren in de lucht

Sluiten