Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

Lamp mijner ziel, die me in 't verborgen gloort,

Zoet wonder van 't heelal, dat niemand weet,

Brand niet zoo duister in dien mist van leed,

Maak niet altoos uw schijnsel droef; — gloed hoort

Bij gloed, wat schoon is brengt wat schoon is voort, Zoet zoekt zoet, lief! och, dat gij ook zoo deedt, U zeiven zoet, uw zoet Zelf minder wreed, Dat dus mijn bidden eindlijk werd verhoord.

Of als ge in smart dan altijd leven moet,

Laat dan mijn ziel in tot uw ziel en paar Hen beiden in éen smart en éene klacht; —

Opdat ze als tweeling-vlammen in éen nacht, Verborgen brandend, gloren naast elkaar, In eenen stillen walm en ronden gloed.

Sluiten