Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLI

De koopman zit op zijn kantoor en somt

Bij 't walmend licht der lamp de winst van 'tjaar: Hij telt zijn posten preev'lend bij elkaar En cijfert, tot zijn rug zich dieper kromt,

Als de balans niet sluit. Hij peinst en gromt, Half-binnensmonds en met verstoord gebaar Telt hij opnieuw, ontstemd om 't zoeken naar Een cijfer-cent, die niet te voorschijn komt.

En al zijn winst vergeet hij, niet tevrêe

Vóór 't vinden van het cijfer van een cent —

Zijn kast is vol met hoopen klinkend goud: —

Ik ben bevreesd, dat ik soms óok zoo deê, En centen-cijferend mij heb ontwend

't Gouden geluk te zien dat 'k overhoud.

8

Sluiten