Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toen vergat 'k, helaas, dat gij altijd

Blijft die gij zijt, al drijft der menschen waan Met al de winden; en ik loog mij voor Dat het üw wil was dat ik u verloor,

En dat ü vinden was in haar vergaan,

En dat de Liefde meer was dan gij zijt!

En gij zaat stil in de verborgenheid

Uws raads, en zondt drom van gedachten aan, Als slaven, dragende veel schats, belaan Met edel goud van wijsheid, en sieraad Van kostb're woorden, en brocaat gewaad

Van koninklijke hoogheid; en elkeen Van üw gedachten ging met hare saam:

^Twee schoone volken, woelende ondereen; — En 'k zag ze in groepen en bij tweeën treên, En hoorde aldoor uw naam en haren naam.

En de een, de andere ontmoetend, kuste haar, Zoodat de lucht licht werd van vreugde om hen.

En hen te aanzien onthulde ons wonderbaar Der Liefde dienst en ceremoniën.

Toen bloeiden onze kussen in den nacht, Als tweeling-bloemen, nijgend naar elkaar,

Sluiten