Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het op het juiste oogenblik zoeken van het wit gloeiend metaal in de wit gloeiende kolen. En bij tusschenpoozen trok hij langzaam, zijc jongen nek en rug buigend en den arm achterlatend als een loome zwengel, aan den blaasbalg.

„Als we coöpereerden, werkelijk samen werkten en samen deelden, dan moest hij daarboven er uit, dadelijk er uit", mopperde hij.

„Bouten", kwam het droogschor uit Job's keel.

En Nol moest weer ijverig en gehaast met zijn tang in de kolen wroeten om er een uit het minderend tal te vinden.

„Dat is het beginsel van de coöperatie: de op* vreters er uit. Daarmee heb je eigenlijk alles gezegd" betoogde Nol verder, terwijl de bout onder het veerend geklop der hamers langzaam zijn eeuwige plaats kreeg in het voetstuk van den haan.

Er moesten nu nog maar enkele volgen. En spoedig stonden vader en Nol bij het langzaam doovend vuur van de smidse, niets doend, te twisten over coöperatie en meneer daarboven.

In het helle, door schoten duisternis gekliefde licht van de kolen zag men ook nu op vaders

Sluiten