Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antoine meende een verwoede vijandschap te voelen in dat opvallend zwijgen 11a een zeer ongewonen groet. Hij vreesde een gemeenschappelijk besluit tegen hem en een aanval op dat oogenblik, eiken dag terugkeereud, als de aardappelen en de groenten en het vet verzwolgen waren en het dierachtig, inwendig-rumoerend verwerken van het voedsel in die lichamen begon. Hij vervloekte die bende, die nog tegen hem complotteerde ook, waar ze toch weten kon dat ze willoos in zijn handen was. Maar voordat de bulderende uitbax-stiug kwam, zou hij zorgen het gezegd te hebben met zijn scherpste argumenten en zijn vlijmendste woorden, dat hij ze wel zou trappen terug tot den honger, dien ze hadden verdiend.

Moeder begon weer :

„Er is weer werk aan den winkel vader, hé ?"

„Ja."

Vader begreep wel, waar ze heen wilde, doch voordat hij, kakenkauwend-op-niets, een verderen zin had geformuleerd, was de stilte al te lang geweest om nog zonder schok iets te kunnen zeggen. Aanloopen en klankontploffingen had hij nu eenmaal uoodig voor elke conversatie.

Sluiten