Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet willen gelooven, heel wat armoede geleden te midden van mijn mooie dingen, 't Gaat zoo slecht en de menschen zijü zoo zuinig. Daarom voel je je in zoo'n omgeving altijd zoo eenzaam, zoo afgestorven van de wereld, zie je. En er is niets dat me zoo aangepakt heeft als het gevoel dat je krijgt als je een mooi ding weer aanziet, nadat de een of ander er nonsens over heeft staan te zeggen. Als je zoo'n klant uitgelaten hebt dan keer je je weer om en kijk je het ding aan. Je wilt het dan bijna excuus vragen, maar je weet dat het niet noodig is. Mooie dingen nemen je nooit iets kwalijk, je kijkt ze alleen maar aan ; op zoo'n oogenblik kan je zoo beroerd worden. Je schaamt je voor die dingon en tegenover de nagedachtenis van de groote kerels, die ze gemaakt hebben, voor je geslacht, omdat je dan vaa de heele bende zoowat de eenige uitzondering bent. Je staat er over te treuren en je zoudt zoo'n ding wel willen opnemen en het wegdragen, driehonderd jaar terug, toen ze wel wisten wat mooi was . . . Maar enfin, ik wil dan maar zeggen, dat je niet voor je plezier in zoo'n winkeltje zit. Je hebt er veel verdriet en lijdt er armoed . . .

Sluiten