Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven van mijn artistieken smaak en practischen zin."

„Hoeveel schrijvers zijn er niet, die alleen door de dringende verzoeken van een uitgever tot schrijven zijn gekomen ? Hoeveel beroemde werken zouden nooit het brein van den auteur, dien zij onsterfelijk gemaakt hebben, zijn ontsproten, zonder de tusschenkomst, zonder twijfel dikwijls geenszins belangeloos, maar ook vaak welwillend, vriendschappelijk en edelmoedig, van den uitgever ?" i)

De uitgever moet altijd de neus in den wind hebben, om te weten van welken kant de actualiteit waait. Voor uitgevers, die zich van den toestand op de hoogte weten te houden, bestaat geen werkelijke crisis. De poëzie was dood vóór Lamartine, Victor Hugo en Alfred de Musset verschenen en eenige uitgevers zagen, dat zij de toekomst beheerschten. De roman der 19e eeuw vertegenwoordigde twee tijdperken: het eerste, van 1830 tot 1840 met George Sand, Alexandre Dumas, Eugène Sue en Balzac ; het tweede, van 1875 tot 1885, met Zola, Alph. Daudet, Ohnet en Bourget. En voor elk tijdperk waren intelligente uitgevers te vinden, die begrepen hebben waar het succes lag.

Daar de literatuur der verbeelding dood is, of tenminste eene „verduistering" ondergaat, moeten we in andere richting werken : kunnen wij onze vaders en grootvaders al niet overtreffen, dan kunnen wij ze toch in wat anders evenaren. Maakt alzoo practische, nuttige en wijze boeken.

Bovenal moet de uitgever een denkbeeld hebben, maar een, dat inslaat, en bovenal ook moet hij in staat zijn het in praktijk te brengen.

De firma Larousse heeft, binnen een tijdsverloop van tweeëneenhalf jaar, 150.000 exemplaren van haar Woordenboek verkocht, — die, tegen den gemiddelden prijs van 200 fr., een omzet van 30 millioen vertegenwoordigen. Kan deze firma wel spreken van eene crisis ?

In Nederland ontbreekt het gelukkig evenmin aan energieke uitgevers ; een dergelijke, reusachtige omzet is natuurlijk binnen het Nederlandsch taalgebied, niet wel mogelijk. Maar firma's als Van Stockum (we herinneren hier aan het grootsche werk „Amsterdam in

1) Werdet, De la librairie franpaise, bl. 316.

Sluiten