Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rang staat, ook in het kleine Nederland onzer dagen, in bedenkelijke verhouding tot het aantal pensoorten waarmee de dagelijksche markt wordt overstroomd.

In mijne alles behalve benijdenswaarde positie van werkeloosheid, en gretig uitziende naar het einde van dien toestand, verwierp ik het denkbeeld zelfs, om nadere inlichtingen intewinnen aangaande directie, administratief beheer, personeel enz. De tijdsomstandigheden in aanmerkingnemende, het moeilijke van den levensstrijd, achtte ik het een voorrecht, een hooge uitzondering zelfs, met een viertal volgefournecrde aandeelen, aan eene Maatschappij liefst, werkzaam te worden gesteld. Als de lezer mij van naïeveteit gaat verdenken, verwijs ik hem naar de nog occulte wetenschappen van hypnotisme en biologie. De namen der twee commissarissen van de Rhodeso-Neerlandica strekten mij tot waarborg voor eene degelijkheid boven iedere verdenking, en waar twee mannen van goeder faam als bewindvoerders fungeeren, daar zal een directeur wel als A. I zijn geregistreerd. Nog acht ik hen niet, met voorwetenschap hunnerzijds, als vlag te dienen, die een verdachte lading dekt.

Eene ontmoeting.

Er verliepen, laat ik zeggen een veertien dagen, alvorens Jan Karper een antwoord ontving. Hij beging de onnoozelheid niet zich aan te leunen, dat men aanstonds gretig op zijn voorstel zou ingaan. Een voorzichtig en behendig hengelaar weet zijn tijd te kiezen en de gelegenheid af te wachten, om een karper aan den haak te slaan. Per telegram werd hij ontboden in het café „De Oude Graaf," teneinde de onderhandelingen aan te knoopen.

Sluiten