Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wesp had gestoken, maar verloor haren angel daarbij niet.

In het onderhoud, dat alsnu volgde, mocht ik aldra vernemen van een voorgenomen ophanden reis des heeren Hengelaar Jr. naar Transvaal. De zenuw van den oorlog, het te storten aandeelenbedrag, kwam al aanstonds op het tapijt. „Eene som van slechts f 4000.— was wel wat „weinig, een employé, tevens aandeelhouder, wel het minst „wat voor het oogenblik werd begeerd."

Ik gaf (mijzelven afvragende waarom men dan uit 's Gravenoord persoonlijk was overgekomen, ter onderhandeling) den heer Hengelaar onbewimpeld te kennen, dat die vier mille het totaal uitmaakten mijner tegenwoordige bezitting, het treurig overschot, nog bijtijds aan de rapaciteit van een behendig oplichter ontsnapt. Maar ik verzweeg een achterdeurtje van duizend gulden, welke som ik wenschte te behouden, als reserve in eventueelen nood. Dat ik deze later, bij het niet vlotten der onderhandeling, zooals ik dit wel wenschte, eveneens heb losgelaten, is een onbedachte daad te meer, waarvan ik thans, in mijn benarde omstandigheden, de noodlottige gevolgen ondervind. Ik had moeten begrijpen, dat met de aanvankelijke f 4000.— mijn doel evenzeer zou zijn bereikt. Zooals altijd, komt de wijsheid doorgaans als het hinkend paard achteraan.

Door de opmerking vanwege den heer Hengelaar, dat f 4000.— een gering bedrag was, kreeg ik de volle overtuiging van het feit, dat niet mijn persoon in aanmerking kwam voor eene plaatsing bij de Rhodeso-Neerlandica, maar wel degelijk, zij het dan „de nietige som", die Jan Karper aanbracht. Geen oogenblik ben ik naïef genoeg geweest om iets anders te onderstellen. En dat men mij op dien grond een salaris toestond, geenszins in ver-

Rhodeso-Neerlandica.

Sluiten