Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pieter Hengelaar en de zijnen onbarmhartig gebrandmerkt is) waar de schoen den oppersten gebieder wrong. „Zoo'n heerschap als Jan Karper mocht, na een terugkeer uit Indië, zich eens aanleunen eene opinie te hebben in „zaken". De mug zou zich kunnen inbeelden, dat zij het is, die den wagen ment; de kikvorsch kon zich eens opblazen, in dan waan een os te zijn, zooals ik, Pieter Hengelaar Jr, en de ezel wil zich wel eens tooien met de leeuwenhuid. Neem eens aan, dat hij het hoe en het waarom zou nagaan in het raderwerk mijner maatschappij, die ik door mijn scheppingsbrein, zoo kunstmatig heb georganiseerd waarvan het geheim alleen berust bij mij, en waaromtrent ik mijn broer Jan Hengelaar Senior (die den naam heeft nog grooter gladjanus te zijn dan ik) slechts het hoogst noodzakelijke mededeel. Al wat arrogantie heet haat ik als de pest, en van pottenkijkers in mijn huishoudelijk beheer ben ik het allerminst gediend.

Jan Karper had, in weerwil van zijn zwaar, loom en traag begrip, van zijn onuitstaanbare domheid in de practijk, het bezwaar zien doorschemeren van den directeur. Hij trachtte dezen op dit punt gerust te stellen met de verzekering, dat dit meer schijn inhield dan wezen. Het was hem alleen en uitsluitend te doen zich een blijvende positie te verzekeren bij de maatschappij, eene betrekking voor het leven. Daarom lag een mogelijk vasthouden aan het zoogenaamd recht van een aandeelhouder, indien er al zoodanig recht bestond bij dergelijk dualistisch bestaan, geheel buiten zijne bedoeling. Hij kon zich gelukkig achten, wanneer het hem opgedragen werk de goedkeuring wegdroeg van zijn heer en meester. (Jan Karper had eene notie van slavenarbeid in het verschiet, maar wachtte zich daaraan uiting te geven.)

Wederzijds werd dan ook in de dagelijksche practijk van het kantoorleven de strikste onzijdigheid betracht, wat

Sluiten