Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aardiger, als we allen eens zingen „Daisy! Daisy!" Je weet wel; toe, Franssen, begin maar vast.

Franssen verkneukelt zich in het vooruitzicht van zijn waarden neef er tusschen te kunnen nemen en vermeit zich bij voorbaat in diens angst. De hoofdman heeft het in de gaten en komt den broeder te hulp. Daisy! — ordonneert hij — of neen... och, mevrouw van Roog, mag ik u verzoeken, het Toreadorlied uit Carmen eens in te zetten. En met het bravour-gezang, Mijne Heeren - zoo vervolgt hij — geef ik, als gast, het sein tot opbreken tevens; de pendule wijst op half drie. Daar is een tijd van komen,

daar is een tijd van gaan!

Een „Io vivat!" in koor, het „In de gloria!" tot slot, besluit het glansrijk, het heuchelijk feest der blijde inkomste, in de stad der Luxe, 's Gravenoord.

De gast herneemt zijn rang als gastheer en posteert zich, voor een finaal afscheid van allen, in de glorieuse,

weelderig versierde vestibule.

De beurt aan Jan Karper komende voor zijn afscheidsgroet, waagde deze, bij de toezegging van plichtsvervulling enz. eene toespeling op de goede verstandhouding tusschen directeur en aandeelhouder-employé.

Wie den ijskouden valschen blik en het veel beteekenend zwijgen van Hengelaar Junior had kunnen opmerken, zoo met Jan Karper in een en ander hebben gelezen het eerste woord der trilogie: Mene: = uw dagen zijn geteld!

Sluiten