Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en heeft „Kasernhofbluthe" de Flora verdrongen van weleer. In deze serre van nieuwerwetschen aanleg, onder een glazen dak, ziet de bezoeker zich verplaatst als in het groote voorwerk eener geblindeerde kasemat, edoch van vreedzame en tamme constructie. Achter eene reeks matglazen, die zijn onmiddellijke aandacht trekken en van uitslaande spie- en spuigaten of ruiten zijn voorzien, bevindt zich Das „Innere Düppel". Zijn oog wordt getroffen door het opschrift links: „Uitvoer-Algemeene Rhodeso-Boekvekkooperij" en rechts „Weekblad Neerlandia." Het geheel dezer binnenruimte maakt een aangenamen indruk. Want niet schaarsch is het opwekkend daglicht, dat men vergund heeft dit gedeelte te mogen binnendringen en alleen in zijn weldoen een hinderpaal ontmoet, wanneer de wintervorst een lijkkleed spreidt op de glazen bedekking. Wat in de kasemat zich bevindt, achter de matte vitrine, kan noch mag het daglicht zien. Daar heeft de kunst van den ingenieur wonderen gewrocht met geheimzinnig talent. Daarbinnen duizelt de stoutste verbeelding en huldigt men, in heilige huivering, de macht van het vernuft, het alvermogen der vesting-genie. Het moet een heele Pruis zijn, die achter de geheimen komt van deze Düppeler schans. Het ongeëvenaard krijgstalent van een Moltke zinkt er totaal bij in het niet. Zoo grootsch in zijne kleinheid als het inwendige is van dat model-kantoor, zoo zwak is mijne pen, zoo vermetel mijn pogen, om mij te wagen aan een beschrijving van het geniaal geheel.

Waant ge soms, mijn geduldige lezer, zoo maar klakkeloos te geraken binnen deze veste, door het eenvoudig omdraaien van de kruk der eiken deur, die den toegang verleent — de deur namelijk — tot de schans? Neen, dan zijt ge „een groentje, een misbakken, verkeerd gemonteerde rekruut", zou sergeant Jingo zeggen. De artilleiïe-hoofdman

Sluiten