Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vertrek, naar gissing van acht meter lengte bij vier meter breedte, bevat, compact ineengedrongen, het gansche samenstel, het innerlijk raderwerk der Rhodeso-Neerlandica. De deur, met mechanische drukking, is achter u dicht gevallen in het nimmer falend slot. Daar zitten vijf „hens met hun respectieve werktoestellen opeengepakt, en is een waarlooze ruimte voor een zesden medehelper geieseiveeid. Maar gij dient hen te zoeken, de vijf werkzame soldeniers, want hunne schrijftoestellen zijn voor een profaan vorschend oog met donkergroene gordijnstof geblindeerd. Een onbescheiden indringer mocht, met een enkelen oogopslag, zoo ineens achter de geheimen komen van het inwendig bestuur! Als de binnenkomende soms de snelloopige, door Hengelaar Junior meest gewaardeerde, eigenschap van een haas mocht bezitten, dan tuimelt zoo'n onbetaalbaar individu, links tegen het gevaarte van De Jingo, rechts tegen het wrakhout van Jan Karper aan. De laatste is hier, in de beperkte ruimte, meer dan ooit te voren een hindernis, een bijna onoverkomelijk Dwars in den weg.1) Zijn toestel staat op den winddruk der deur en hij ontvangt al wat daar mee in verband staat uit de eerste hand, van binnenkomende en uitgaande „hens". Wat nood, het is Jan Karper maar, aller voetveeg en zondebok. Wij houden links, en vinden, in volgorde, aan de twee geblindeerde ramen der kasemat, eerstens De Jingo, vervolgens den heer Jhr. Mr. Brandhout van Eschdoorn, geperst tusschen den vertrouweling en den heer Verkerker, die in zijn voorname kwaliteit zetelt aan het bureau-ministre, in het volle bewustzijn van zijn zilvergelokte waardigheid. vVij gaan, in rechtsche zwenking, met heilige huivering en eerbiedige vreeze, de breede gesloten slagdeuren voorbij van des hoofdmans kabinet, en stuiten

l) Zandbank in Straat Soenda.

Sluiten