Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooraf echter ga een korte, historische en algemeene, beschouwing.

Het bedrijf van uitgever bestond feitelijk al in Caesars tijd, toen immers Atticus in een daartoe speciaal ingericht huis door slaven afschriften liet maken, o.a. van Cicero's werken, voor den verkoop. In de middeleeuwen, of mis# schien al vroeger, schijnt dit bedrijf echter geheel teniet gegaan te zijn, en eerst nadat door de uitvinding der boekdrukkunst het mogelijk was geworden op mechanische wijze geschriften te vermenigvuldigen, kwamen weder personen op het denkbeeld van deze vermenigvuldiging, en van verspreiding en verkoop, der geschriften van anderen hun beroep te maken. Zoo ontstonden de mos derne uitgevers, die, althans in het begin, meestal zelf drukkers waren.

De verhouding, waarin zij verkeerden tot de schrijvers, werd geregeld deels door het gebruik, deels door onder* linge afspraken, maar van een uitgaafscontract kon geen sprake zijn, zoolang het afzonderlijk auteursrecht niet was erkend. Dit geschiedde eerst aan het einde der achttiende eeuw.

Toch bleven ook nog langen tijd daarna de verhous dingen tusschen uitgevers en auteurs beheerscht door het gebruik en door mondelinge afspraken. En deze toestand duurt in Nederland zelfs nog heden ten dage als regel voort, ondanks de vele daaraan verbonden bezwaren, immers is het bij latere conflicten dikwijls hoogst moeilijk, zoo niet beslist onmogelijk, vast te stellen wat werkelijk het gebruik medebrengt en vooral: te bewijzen wat mons deling is overeengekomen.

Wel werkt onze auteurswet van 28 Tuni 1881 het

Sluiten