Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Onder ons gezech en gezweege, maar ik had ze niet wille hebbe voor geen zeve sjtuiwer toe. Zajje leewe en ikke n ook. Maar zijlui schlikke 'nalles.

Wat waar is. De jood is onzindelijk, wat betreft zijn omgeving, de straat waarin hij woont, zijn huis, zijn kamer, zijn kleeren maar zoodra het zijn lichaam betreft munt hij in reinheid uit verre boven zijn christenstandgenooten. Men herinnere zich de discussies in den Amsterdamschen Gemeenteraad uver het zescents-badhuis in de Karthuizerstraat aan den zoom van de .lordaan. I)e inrichting werkte met enorm verlies. De vrouwtjes, die er zich in durfden wagen, werden door de buurtgenooten voor hoer gescholden! Welke fatsoenlijke vrouw wascht zich over 't heele lijf! nDaar komt ommers niks van te zien!" Terwijl het badhuis op het Jonas Daniël Meyerplein, in het hartje van den jodenhoek, vergroot moest worden.

En op z'n inwendige is de jood nog kieschkeuriger. Of het de nawerking is van de Mozaïsche spijswetten, die nu niet meer zoo trouw worden nageleefd, is niet onmolijk. maar een feit is 't, dat levensmiddelen

Sluiten