Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En allen namen het in 't koor over. Die bedriegers, late se in d'r lui pesthoek blijve!...

Cheijem stond 't angstzweet op 't voorhoofd. Vooruit kon hij niet; de menschendrom had hem ingesloten in een klein kringetje, anders had hij zich wel hasjeweine') gemaakt. En van alle kanten dreigden hem vijandige gezichten tegen. Sommige vrouwen, die zich opwonden in haar eigen woorden, hielden hem de vuisten onder den neus, een man met verloopen tronie sprak er al van om die vuile rotsmous met kar en al in het water te flikkeren, dan was er tenminste een van die pestnatie minder in de wereld. ..

En ook zag hij, dat 'n jonge meid met verdachte gebaren haar boezelaar over 'n hoekje van de kar had gespreid en met haar handen er onder woelde...

— Lemane rachemiem,2) hoe kom ik hier vandaan ! prevelde hij.

— Haal de politie! schreeuwde er een.

Waarschijnlijk was 't geen meenens. Dr

moet heel veel gebeuren, eer dat slag volk politie haalt. Maar voor Cheijem, voor eiken straatventer, heeft het woord politie reeds een

l)~üït de voeten. 2) Barmhartige God.

Sluiten