Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door gejouw, schaterlachen en schimpscheuten achtervolgd, kruide hij voort, zonder om te kijken, langs het stinkende water van de Lijnbaangracht, tot hij de Elandsgracht had bereikt. Daar hield Fokkie, de dochter van Hewvve Nos, die indertijd met haar stalletje met gebraje kestenge1) en kokernoot op den hoek van de Vlooienburgersteeg stond, maar nu reeds jaren w'n zandkeldertje had op Zeeburg,"2) een kosj e r3) schafthuis voor de kooplui aan de groente- en fruitmarkt.

Cheijem trad binnen. Pokkie's dochtertje zou zoolang wel 'n oogje op de kar houden.

Adesjem,4) Cheijem, wat izzer an jou overgekomme?

Nog bevend aan al zijn leden vertelde hij zijn wedervaren.

— De kouë koors in ze! was al waarmee Fokkie hem kon troosten.

Fokkie dr man, die hem niet ree hm ones5) had staan aankijken gedurende zijn verhaal, schonk hem 'n bakkie koffie in en

1) Kastanjes. 2) Jodenkerkhof, waar meerendeels de

armen begraven worden. 3) Rituëele spijzen 4) Liove

hemel. 5) Medelijden.

Sluiten