Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spr. overbodig, het is zeer zeker bij de aanwezigen bekend. Zich tot den heer Heertjes wendend, zegt spr.: groot en verheven is de taak, die u wacht. Maar die roeping, hoe hoog en edel deze zij, heeft ook hare keerzijde. Ook in het geestelijk ambt ondervindt men maar al te vaak, dat ondank 's werelds loon is De geestelijke ziet meermalen de %vet verkrachten, waartegen hij behoort op te komen met liefde en wijsheid. Spr roept hem daarom toe: betoon u een leerling van Aron, bemin den vrede en jaag dien na de profeet Maleachi zeide het:

»Want de lippen des priesters verkondigden kennis en de Leer zoeken zij van Zijne mond, want een engel des Eeuwigen Zebaoth is hij."

Wees gij die leering verbreidende engel. Spr. eindigde zijn toespraak met de verzekering van steun en medewerking en met woorden van dank aan de weleerw. heeren Hirsch en Wagenaar voor hunne tijdelijke waarneming van het rabbinaat.

De weleerw. heer S. Heertjes alsnu onder diepe stilte het woord verkrijgend, zeide de woorden der vorige sprekers niet slechts met vreugde maar ook met ontroering te hebben vernomen, omdat hij daarin vond wat zijne ziel zocht. De dag van heden is voor spr. te vergelijken met dien van Salomon's regeeringsaanvaarding. Het was een tijd van zaligheid welken hij toen doorleefde. Een aan God gewijd gebouw, een heilige tempel zou verrijzen. Ook Salomon zag met vreugde, maar ook met schroom, dien dag te gemoet. Hij kende de moeielijkheid van zijn ambt. Hij moest zijn vader David opvolgen. Zijn schroom was echter spoedig geweken, omdat hij wist dat hij een 2b een luisterend hart, dat de volkswenschen zou vernemen, dat gaarne wenken zou ontvangen, omdat hij wist dat hij raadslieden, kundige beproefde raadslieden ontmoeten zou.

Spr. dankt den besturen dat zij hem hebben geroepen tot hoogepriester in den geestelijken stand. Hij hoopt, dat hij aan hunne verwachtingen zal beantwoorden; dat hij zal kunnen bevorderen de godsdienstige belangen der

Sluiten