Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III : 2—13.

2. want de Heer heeft den vader eere gegeven over de kinderen,

en het recht der moeder over de zonen bevestigd.

3. Wie zijnen vader acht, zal vergeving van zonden vinden,

4. en als een die zich schatten vergadert, is hij, die zijne moeder eert;

5. wie zijnen vader eert, zal door kinderen worden verblijd, en ten dage zijns gebeds zal hij verhooring vinden:

6. wie zijnen vader eert zal zijne dagen verlengen,

en bij den Heer verwerft hij loon, die zijne moeder verzorgt,

7. en zijne ouders zal hij als zijne heeren dienen.

8. Mijn zoon, eer uwen vader met woord en daad,

opdat alle zegeningen over u komen.

9. De zegen des vaders maakt den wortel vast,

maar de vloek der moeder rukt de loot uit.

10. Zoek uwe eer niet in de schande uws vaders,

want die strekt u niet tot eer.

«

11. Iemands eigen eer is de eer zijns vaders,

maar wie zijne moeder smaadt, bezondigt zich zwaar.

12. Mijn zoon, volhard in de vereering van uw vader, en bedroef hem niet al de dagen zijns levens.

13. Ook als zijn verstand afneemt, wees toegevend jegens hem, en maak hem niet te schande door al uwe kracht.

Sluiten