Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII : 35—VIII : 5.

35. Laat niet na den kranke te bezoeken, want daarmede maakt gij u bemind.

36. Denk bij al uwe daden aan het einde, dan zondigt gij nooit.

HOOFDSTUK VIII.

Vermaningen omtrent 's menschen omgang met zijne naasten.

1. Strijd niet met een machtige,

opdat gij niet in zijne handen valt.

2. Werk een rijk man niet tegen,

opdat hij uw gewicht niet wege en gij te gronde gaat:

want velen maakt het goud overmoedig,

en rijkdom leidt het hart van vorsten op een dwaalspoor.

3. Twist niet met den zwetser,

en leg geen hout op het vuur.

4' Ga niet om met een dwaas,

opdat hij redelijke woorden niet verachte.

5- Maak niemand te schande, die zich van zonde bekeert, bedenk, dat wij allen schuldig zijn.

Sluiten