Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII : 6—15-

6. Beschaam geen ouden man,

want ook van ons worden er oud.

7. Juich niet over een doode,

gedenk, dat wij allen weggerukt worden.

8. Verwaarloos de rede der wijzen niet,

en denk over hunne raadselspreuken na;

want daaruit leert gij kennis,

zoodat gij voor vorsten kunt treden.

9. Veracht de overlevering der ouden niet,

die zij van hunne vaderen hoorden;

want daardoor krijgt gij inzicht,

zoodat gij, als het noodig is, antwoord kunt geven.

10. Steek de kolen des zondaars niet aan,

opdat gij niet verbrandt door zijn vuurvlam.

11. Geraak niet buiten u zelf om den spotter,

om te voorkomen, dat hij uw mond belage.

12. Leen niet aan een die machtiger dan gij is,

en als gij leent, doe als een, die geld verliezen wil.

13. Borg niet voor iemand, die voornamer dan gij is, en als gij borgt, beschouw u als de betalende partij.

14. Ga met een rechter niet in rechten,

want hij spreekt recht naar zijn believen.

15. Ga met een waaghals niet op reis,

opdat gij geen groot ongeluk krijgt;

want hij volgt zijn eigen zin,

en door zijn dwaasheid komt gij om.

Sluiten