Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Het oordcelen naar het uiterlijk. — Het roemen in ijdele dingen. — Wisselvalligheid van 's raenschen lot. — Behoedzaamheid in het spreken. — Het gevaar van alles te willen. — Voor- en tegenspoed zijn van den Heer. — Gierigheid. — Zelfgenoegzaamheid. — Bedachtzaamheid in het bewijzen van gastvrijheid.

2. Prijs geen mensch om zijne schoonheid,

en veracht geen mensch, die leelijk is van uiterlijk.

3. Nietig is onder de gevleugelde dieren de bij,

en toch brengt zij het heerlijkst product voort.

4. Veracht niet dengene, die in lompen gehuld is, en bespot niet degenen, die ongelukkig zijn;

want wonderbaar zijn de daden des Heeren,

en verborgen is den mensch Zijn werken!

5. Vele verbrijzelden hebben op een troon gezeten,

en zij, van wie men 't niet dacht, hebben eene kroon gedragen.

6. Vele hooggeplaatsten werden zeer vernederd,

en zelfs hooggeëerden raakten in 's vijands macht.

7. Keur niet af, voordat gij onderzoekt,

overweeg eerst en wijs dan terecht.

8. Geef geen antwoord, voordat gij hoort,

en spreek niet onder de voordracht.

Sluiten