Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV : 3—ii.

3. Zij spijst hem met het brood van het inzicht, en met het water der kennis drenkt zij hem.

4. Hij steunt op haar en hij wankelt niet,

hij vertrouwt op haar en wordt niet beschaamd.

5. Zij verhoogt hem boven zijne makkers,

in het midden der vergadering opent zij zijn mond.

6. Vroolijkheid en vreugde verkrijgt hij,

en een eeuwigen naam doet zij hem beërven.

7. Booze lieden veroveren haar niet,

en de hoogmoedigen aanschouwen haar niet.

8. Verre is zij van de spotters,

en de leugenaars gedenken haar niet.

9. Ongepast is een loflied in des boozen mond,

daar het hem niet van God is verleend.

10. Door een wijzen mond worde het loflied gezongen, en wie het meester is, zal het leeren

HOOFDSTUK XV : 11—XVI : 23.

's Menschen vrije wil. — Goddelooze kinderen. — De toorn Gods over het ongehoorzaam Israël. — 's Menschen vergelding naar zijne werken. — Het verborgene van Gods wegen. — Slotwoord van dit gedeelte.

11. Zeg niet: «van God kwam mijne zonde,» want Hij doet niet wat Hij haat.

Sluiten