Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVII : i—10.

XXVII.

1. om aardsche schatten zondigen velen,

en wie zoekt rijk te worden, neemt het niet nauw;

2. gelijk een pin gedreven wordt tusschen de voegen der steenen,

zoo dringt zich de zonde tusschen den verkooper en den kooper;

3. wie niet in de vreeze des Heeren rijkdom verwerft,

diens huis zal spoedig worden verwoest.

4. Bij het schudden van de zeef blijft vuilnis achter, alzoo gaat het ook met het onreine in 's menschen zin.

5. Des pottebakkers vat krijgt door den oven de keur, zoo wordt de man door onderzoek getoetst.

6. De kuituur van den boom wordt openbaar in zijne vrucht, zoo door het onderzoek de denkwijs des menschen.

7. Prijs geen man, vóórdat gij hem uitgevorscht hebt,

want dit is der menschen toetssteen.

8. Als gij de gerechtigheid najaagt, dan zult gij haar grijpen, en haar aandoen als een prachtig gewaad.

9. Alle vogelen nestelen bij huns gelijken,

alzoo zal de waarheid tot die haar beoefenen komen;

10. de leeuw loert op het wild,

alzoo de zonden op hen, die onrecht plegen.

Sluiten