Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIII: 24—32.

24. ten dage der voleinding van uw leven,

en in de ure des doods, verdeel dan de erfenis.

25. Voeder en roede en last zijn voor den ezel,

brood en tuchtiging en arbeid voor den slaaf;

26. leg den knecht arbeid op, dan zult gij rust vinden;

laat hem de handen vrij, en hij zal de vrijheid zoeken;

27. juk en riemen buigen den nek,

zoo zijn voor den kwaadwilligen slaaf het folter- en het marteltuig;

28. geef hem te arbeiden, opdat hij niet ledig zij,

29. want de ledigheid leert veel kwaads;

30. zet hem aan het werk, zooals hem past,

en gehoorzaamt hij niet, leg hem dan zware voetboeien aan; maar verg van geen mensch te veel,

en doe niets zonder recht.

31. Hebt gij één slaaf, hij zij als gij zelf,

omdat gij hem even goed noodig hebt als uw eigen leven; hebt gij één slaaf, behandel hem als een broeder,

want als uw eigen ziel hebt gij behoefte aan hem;

32. mishandelt gij hem, en maakt hij zich op en neemt de vlucht: op welken weg zult gij hem zoeken?

Sluiten