Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLVII: 24—XL VIII: 8.

24. En hunne zonde werd zeer groot, aan ieder kwaad gaven zij zich over.

HOOFDSTUK XLVIII.

De profeet Elia. - Zijn opvolger Eliza. - Het rijk der tien stammen bekeert zich niet. — Hizkia. — Sanherib belegert Jeruzalem. — Jezaja. — Verlenging van Hizkia's leven.

1. Totdat er opstond een profeet als vuur,

en zijn woord was als een gloeiende oven,

2. en hij brak voor hen den staf des broods,

en in zijnen ijver maakte hij hen weinig in getal.

3. Door het woord Gods sloot hij den hemel.

en desgelijks viel driemaal vuur naar beneden,

4. Hoe heerlijk waart gij, Elia!

wie u gelijk is, mag roemen.

5. Gij, die een gestorvene opwektet uit den doode,

en uit de onderwereld naar 's Heeren welbehagen;

6. die koningen deedt nederdalen in het graf, en aanzienlijken van hun ziekbed:

7. die op den Sinaï de straffen vernaamt,

en op den Horeb de gerichten der wraak;

8. die de koningen der vergelding zalfdet,

en een profeet tot opvolger in uwe plaats;

Sluiten