Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan en niet gelooft meer, maar nu wéét — —■ zo smartelik wéét, -- - — dat al haar martelingen Hem daarboven /.elf doen huiveren van een versteend geloof

Karei.

Marie, je lastert God — — — —

M a r i e.

Is dan de bede van een afgeleefde stervende ziel die opvaart naar den hemel, God zoveel heiliger en welgevalliger dan het gebed van 't jongeleven, dat Hem dienen wil en 't leven zelf daardoor voor zich ziet als een heerlik paradijs — — — — — — is dan de angst méér dan de hoop'? --- — — — Leer mij dat dan verstaan — — — — ik smeek het je — — — ik smeek erom — — — —

Trippels komt op de achtergrond op; Herman treil Karei mee tiaar rechts.

Marie gaat, hem eren te gemoet.

XIV-

MAKIE, TRIPPELS.

T r i p p e 1 s.

Men zei me, dat je weer hier was — — — en waar is nu je reisgenoot ineens? — — — 'k Begrijp niet, dat je toch weer komt en zulk gezelschap zoekt - — — —

M a r i e.

Herman moest zijn broer spreken — — — — ik ken hem trouwens goed en mag hem graag — - —

T r i p p e 1 s.

Je moeder keurt dat toch niet goed — — — —

M a r i e.

Ze weet het niet en 't deert dus niet — — — —

Sluiten