Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier kinderen bijzonder gewild waren voor verschillende betrekkingen; het waren allen geloovige gezinnen, al moet ik toegeven, dat de kinderen meestal niet bij het geloof der ouders gebleven waren. Nu zijn zulke gezinnen zeldzaam, het zeldzaamst onder pur-sang europeanen. Het is inderdaad opmerkelijk hoe dezen in Indië zich haasten om alles wat aan godsdienst herinnert ter zijde te zetten; er schijnt geen plaats voor in deze materialistische maatschappij, waar het omgeven zijn met andersgeloovige bedienden het veronachtzamen van het uit Europa meegebrachte geloof in de hand werkt. Ik wil op deze vraag niet nader ingaan en niet trachten haar op te lossen, maar hier slechts er op wijzen, dat godsdienst in den waren zin zelfcontrole eischt, en wel van dag tot dag, en ook hiervoor schijnt het in Indië te warm te zijn. Toch wil men zijn kinderen hoogere beginselen leeren van naastenliefde, van plichtsgevoel en andere, maar men schijnt bij het ter zijde zetten van godsdienst hierin niet te slagen. Is het, zooals sommigen beweren, alleen daarom, dat men hun de vrees voor den straffenden God niet leert, of hen niet lokt door te wijzen op de belooning in een hiernamaals, of hun de gedachte aan een alles bespiedend Opperwezen niet bijbrengt? Anderen zeggen dat ouders, die zelf geloovig zijn, in hunne kinderen iets anders zien, laten wij zeggen onsterfelijke zielen, en daarom zich met meer plichtsbetrachting aan de opvoeding wijden.

Hoe men ook op deze vragen mocht willen antwoorden, weinigen zullen ontkennen, dat er van godsdienst eene opvoedende kracht kan uitgaan, die nawerkt, ook al wordt deze later terzijde gezetJ). Deze faktor ont¬

ij Lenige dagen nadat ik deze woorden had neergeschreven, trof

Sluiten