is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, "Onlda' ik voor mij," antwoordde Okko, „hem eer zoude verdacht j!aK fcü' 6 ?i°°ï Je, w!ilen ontsluiten dan die dicht te houden. Ik heb hem in de laatste dagen meer dan eens aan de overzijde gezien en zelfs een paar keeren in gezelschap van Kampulus ontmoet- en

npTwp0mi,n u iang met, een wi'getak om den hals gaan,'zoo die twee geen onheil samen broeien "

v™S!\f''°"Sta I6 we,nkbra™- Wat hem Okko daar zeide f f ,de v«moedens, hem door den Abt reeds vroeger ingeblazen. „Indien Irazainundus den wil heeft, ons te verraden," zeide lü Zj zelven, «moeten wij op onze hoede zijn; want gewis de

h1fa,r M 0Dtbr°,ekt hen} B'et" E" verhaaste Ichreden egaf hij zich naai de poort, waar die aanvoerder wacht moest houden, terwijl hij Okko naar Graaf Luitmar zond, met do uitnoodiging om hem te komen vinden. Aan de poort gekomen, vond hij Trazamundus afwezig, en dit vermeerderde zijn achterdocht. Aan de gevraagd hebbende, waar hun bevelhebber zich Tnh^'l vernam ]".)• dat deze kort geleden den wal was langs gegaan. Intussehen was Luitmar bij hem gekomen met Okko, en deze laatste

wl u geZ0Di °n,' ,1.raz,anuindu9 °P te sporen, terwijl zich de 2„'"P™rders onderlueWen over de beste handelwijze, die zij te volgen hadden Forteman schroomde, eenige onvoorzichtigheid te

spidii SS1. (S.kte.TSrtortA'S'r''" u,3k°°

i.ipï '»£f i„h»té ik'd"cs"»8™oiei"H "c""»«p „Wie doet dat? En waar?"

- "P'-j d?n baard van Radbout! Ik kan in de duisternis de menschen niet herkennen; maar ik heb, hier kort bij, een paar gewapenden

aLert11 -?611 ,zitt,en' die zeer vertrouwelijk fluisterden met

anderen, die buiten stonden, en, zooveel ik hooren kon, hun vertelden, dat do poorten gesloten waren, maar dat zij daar ter plaatse slechts een ladder hadden te zetten om binnen te komen "

„Dat hopen wij hun te beletten," zeide Forteman: „Graaf Luitmar' waar zijn uw wapenknechten?" '

omZ4oruftenteilenP"den V°et'" antwoordde deze: »ik he*> gehaast Aldus sprekende volgden beiden met nauwelijks hoorbare schreden den voor hen uit sluipenden wapentuur. die hun weldra toewenkte

♦pIt, m" e", hl!'l tey,enS eeI' gedaante aanwees, die, donker

tegen de heldere lucht uitkomende, op den muur zat te wachten, i-orteman naderde met de uiterste behoedzaamheid; maar Luitmar meer onbesuisd, drong hem voorbij met het zwaard in de hand, ten einde den onbekende te vatten. Deze echter had zijn nadering bespeurd en zich intijds van den muur latende afzakken, gloed lui als een schim hen voorbij en verdween in de duisternis achter de naastbijgelegene gebouwen Zoo snel echter had hij zich niet kunnen verwijderen, of de beide aanvoerders hadden den glans van Trazamundus helm meenen te herkennen.

„Gij zijt te spoedig geweest, Graaf Luitmar!" zeide FortemaE: