is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wensen van dezen laatste, en verklaarde zicli bereid, zoolang als men hem noodig had, aan liet Vaticaan te blijven.

Dat verblijf intusschen kon weinig bekoorlijks opleveren voor iemand, die, als Forteman, aan gestadige bezigheid gewoon was. sedert de komst der versche bende, en nu het gevaar geweken was, had hij, uit vrees van ongenoegen en naijver op te wekken, zijn bevelhebberschap nedergelegd: en zijn eenige betrekking tot de bezetting bestond daarin, dat hij bereid was, raad te geven, wanneer hem die gevraagd werd; 't geen uit den aard der zaak zelden gebeurde. Wat Amalazwinthe betrof, hij had haar niet weder ontmoet, daar zij de zijde van den lijdenden Paus bijna niet verliet. Om zich te verstrooien, had hij de prachtige Sint-Pieterskerk, de nabijgelegen kapellen en heiligdommen bezocht, en zich de namen en daden doen verklaren der goden, helden of keizers, wier standbeelden het Vaticaan versierden; maar hoewel hij al die uitstekende voortbrengselen der kunst den tol zijner bewondering niet geheel onthield, had de aard zijner opvoeding hem het gevoel voor het kunstschoon, dat zelts in Italië zoozeer verachterd was, niet geschonken, en was hij niet in staat bij zooveel heerlijks een dieper genot te smaken oï daarvoor een hoogere belangstelling te gevoelen, dan die, welke het kind aan de fraaie poppen schenkt, in de kermiskraam ten toon gesteld: ja zelfs was hij bij het kind ten achteren; want geen trek bekroop hem, om hetgeen hij zag te bezitten.

Alleen de waterleidingen en de daarmede in verband staande werken, die nuttige stichtingen der oude Romeinen, door de Pausen nernieuwd, trokken zijn aandacht: en meer dan eens stoft*! hij in stille beschouwing daarbij verdiept, en overpeinsde bij zich zeiven ot de werkzame geest zijner landgenooten, tot al wat werktuigkunde was zoo genegen, niet ook in zijn dierbaar Friesland de doorweekte gronden door dergelijke middelen van het overtollige water zou Kunnen ontlasten. Niet, dat hij do Romeinsche waterleidingen in zijn vader land wilde invoeren: hij had te veel gezond verstand om niet in te zien, dat hetgeen hier aan het oogmerk beantwoordde, op een geheel anderen bodem, zonder bergen of heuvelen, en waar de zee jaarlijks overheen spoelde, geen nut zou hebben; maar hij wilde middelen uitvinden om hetzelfde doel te bereiken: en zoo hij eenigen invloed, eenig gezag in zijn vaderland wenschte, het was om zulks ten goede te besteden, en dat vaderland niet slechts tegen de strooptochten van plunderzieke naburen, die slechts nu en dan zijn kusten bestookten, maar tegen de meer gevaarlijke vijandschap der altijd dreigende zee te beschermen, en haar althans een deel van het water terug te werpen, dat zij sedert eeuwen over Friesj&nds bodem had uitgebraakt.