is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezig, zich luttel storende aan de overige gasten. Dit vrijpostige gedrag, hetwelk bij anderen wellicht verontwaardiging had opgewekt, werd echter door de aanwezigen niet zoo euvel opgenomen als het verdiende. De meesten schenen te gelooven, dat hij de manieren van het Konstantinopolitaanscho hof navolgde; ofschoon zij hieromtrent dwaalden, daar dit hof meer dan eenig ander, bij al de gruwelijke tooneelen, die er dagelijks plaats hadden, de regelen der strengste etiquette in acht bleef nemen: — anderen daarentegen begrepen, dat de jonge vreemdeling, een bloedverwant der Keizerin zijnde, zich niet meer aanmatigde dan hem volgens zijn rang toekwam: — terwijl sommigen, bij wie Niceforus, om welke redenen dan ook, een goeden indruk had gemaakt, hem zelfs om zijn ongedwongen zwier en bevallige wendingen bewonderden, en als een voorbeeld aanbevolen. Wat onzen Fries betrof, hij had zich met bescheidenheid op een open plaats aan het benedeneinde der tafel neergezet. Daar hij bijna niemand der aanwezigen kende, nam hij weinig deel aan het gesprek en bleef, in gepeinzen verdiept, voornamelijk Niceforus gadeslaan, gedreven door dat geheim instinkt, hetwelk ons aandrijft de oogen te vestigen, zoowel op hetgeen ons dierbaar als op hetgeen ons hatelijk is.

De goede Abt, die, met al zijn deugden, niet misdeeld was van een goede mate van nieuwsgierigheid, zat op heete kolen terwijl het gastmaal duurde, en rees op, toen het ten einde spoedde, zich verontschuldigende met te zeggen, dat hij het hoofd van het Gezantschap niet langer alleen kon laten. Zich toen uit de zaal begevende,, spoedde hij zich naar het vertrek van Izaiik. Hij vond dezen in gezelschap met twee mindere beambten van het Gezantschap, waarvan de een een met linnen omwonden koker in de hand hield.

„Aleer ik u de redenen meld, welke mij genoopt hebben, mijn stand voor u bedekt te houden," zeide Izaiik, toen de Abt tegenover hem stond, „acht ik mij verplicht u het bewijs te geven van de echtheid mijner zending."

Dit gezegd hebbende, gaf hij een wenk aan een der beambten, die, het linnen oprollende, den gouden koker, daarin bevat, met een eerbiedige buiging aan den Gezant overreikte. Deze opende hierop den koker, en, een gouden tang uit de hand van den tweeden beambte ontvangende, opdat zijn vingers het heilige perkament niet zouden bezoedelen, haalde hij daarmede den brief des Khalifs voor den dag, op welks gezicht de beide officieren voorover ter aarde vielen, als door den glans verblind, die van het handschrift uitstraalde. Izaak, het perkament ontrold hebbende, dat in het Arabisch

escnreven was, vroeg aan aen ADt, ot hij aie taal verstond, en toen eze zulks ontkennend beantwoord had. stak hii hem eene on rozen-

roode zijde geschreven Latijnsche vertaling van het oorspronkelijke stuk toe, waarvan de inhoud was als volgt:

In naam van den oppermachtigen leidsman op het pad des

LEVENS WENSCHT AbDALLA AaRON-AL-RASCHID, WIEN god OP een EEREPLAATS GESTELD HEEFT NA zijn VOORGANGERS GELUKKIGER