is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDACHTENISSE, AAN DEN MACHTIGEN KONING VAN HET WESTEN HEIL EN VOORSPOED.

„Wij hebben met blijdschap de berichten vernomen, die ons van „allerwege zijn toegevloeid, aangaande uw wijsheid, en aangaande „uw macht, en aangaande den zegen, waarmede God u begenadigd „heeft. Daarom heeft het ons goedgedacht, u dezen brief toe te zen„den, opgesteld in den hoogen raad onzer Porte, dien Bloemhof der „verhevene vernuften, en die u zal overhandigd worden door den „wijzen Rabbi Izaak Ben Manasse, die u van onze broederlijke ge„negenheid verzekeren zal. — Vaarwel!"

De Abt, dit geschrift gelezen hebbende, gaf het aan Izaak terug, die het met de uiterste zorgvuldigheid evenals het oorspronkelijke wederom verborg en aan de beambten ter hand stelde, waarop deze, niet zonder herhaalde buigingen, het vertrek verlieten.

„Gij moet weten," zeide Izaak, het woord wederom opvattende, „dat de Khalif, voornemens zijnde een Gezant aan uw Koning te zenden, het oog op mij liet vallen, die, door mijn menigvuldige reizen naar Konstantinopel en naar deze gewesten, waar ik vroeger veel handel in edelgesteenten dreef, in de talen van Europa geen vreemdeling ben. Hij deelde mij zijn bevelen mede, en zond mij vooraf naar Kaïro, werwaarts hij mij een boodschap gaf aan zijn Stedehouder in Egypte, met verderen last, mij te dier plaatse m te schepen, en te byrakuze de komst af te wachten van de twee

faleien, waar het overige gedeelte van het Gezantschap zich op evond, en welke haar reis vertraagden, vermits de geschonken, voor Koning Karei bestemd, nog niet geheel gereed waren. Na mijn zending te Cairo volbracht te hebben, huurde ik een vaartuig te Alexandrië, om de Middellandsche Zee over te steken; ten zuiden van Sicilië werden wij door zeeroovers overvallen en gevangengenomen. Het roofschip, waarop wij waren overgebracht, door storm genoodzaakt de Hadriatische Zee in te loopen, werd aldaar tegen de kusten verbrijzeld. Ik behoorde onder degenen, die gelukkig genoeg waren, den dood niet alleen te ontkomen, maar zelfs mijn vrijheid terug te vinden. Alleen en zonder geld bereikte ik Spoletium, waar ik een geloofsgenoot aantrof, die mij, schoon zelf behoeftig, het noodige reisgeld verstrekte om Rome te bereiken. De oude Levi was vroeger in Bagdad mijn gastvriend geweest, en ontving mij ook thans met open armen. Ik wilde tot u gaan en u mijn toestand openleggen; maar zoowel de raad van mijn gastheer als de gedachte, dat ik geen bewijzen kon aanvoeren om de waarheid van mijn verhaal te staven, deden mij van mijn voornemen afzien. Ik schreef intusschen naar Syrakuze, en gaf mijn brief aan den zoon van Levi mede, die derwaarts vertrok. Het overige is u bekend. — Ook de galeien hebben tegenspoed gehad: en het zal raadzaam zijn, dat wij onze reis naar aen Koning over land voortzetten, waartoe ik u thans verzoek mij de middelen te verschaffen."

„Ik zal daarvoor zorgen," zeide de \bt: „ik zal u een sterk ge-