is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten wordt, en dat de herinnering van een vroegere genegenheid voor altijd uit uwen boezem geweken is." _

Forteman," zeide Amalazwinthe, weemoedig: ,gi) zijt onrechtvaardig. Helaas! het is de Hemel bekend, hoe weinig ik die weelde, die pracht bemin, die mij omgeeft, en waar gij telkens op terugkomt; — maar het is de wil mijns vaders, dat ik een staat voere, aan zijnen rang geëvenredigd. Hij stelt er zijn eer in, dat geen der Vorsten in Italië een luisterrijker hofhouding voere dan de zijne — en het is mijn plicht, aan zijn wensch — noem het zijn zwakheid te voldoen Wat de komst van dien Griekschen Patriciër moet te-weegbrengen, hoe die in verband staat met uitdrukkingen, vroeger aan mijn vader ontvallen, kan ik niet beslissen: ik durf er zelfs niet over nadenken: helaas! gij kent den Hertog: — gij weet bij ondervinding, dat zijn eens genomen besluit geene verandering gedoogt, en dat ik afhankelijk ben van hetgeen hij over mij beschikken wi).

Ik twijfel er niet aan," zeide Forteman, op een verwijtenden toon, „of gij zult de bevelen uws vaders in alles volgen, gelijk eener gehoorzame dochter betaamt, evenals gij zulks gedaan hebt, door genegenheid voor mij te onderdrukken. O! ue onde we p ng valt zoo licht, wanneer het opgelegde gebod met onze neigmge

OVeForteman i" zeide de jonge maagd, die bij dit verwijt de kracht van geest verloor, welke haar tot nog toe gedurende dit gesprek had opgehouden: „dit heb ik niet verdiend! Gij handelt onedelmoedig, onbillijk, wreedaardig tegen mij: — ik lijd genoeg: en gij behoeit mijn lijden niet te vergrooten."

Forteman zag de tranen langs haar verbleekte wangen vloeien: hevig bonsde hem het hart in den boezem en met een onstuimig® beweging stortte hij zich aan haar voeten, en bedekte de hand van Amalazwinthe met brandende kussen. Hij was gelukkig: de weigering haars vaders, haar vroegere taal, alles was vergeten: die laatste woorden, en de toon, waarop die waren uitgesproken, hadden hem klaar bewezen, dat hij nog bemind werd. .

O!" riep hij: „zeg het mij, dat het geen ydele hersenschim is, zoo ik mij verbeelde, dat gij mij nog liet hebt, dat gij nog dezelfde zijt, die gij vroeger waart, dat wellicht nog eenmaal heuglijker dagen voor ons zullen herrijzen." .

Helaas!" zeide Amalazwinthe, „al kon ik u de overtuiging geven, dat gij nooit een dag uit mijn gedachten geweest zijt, waartoe zou het baten, dan om ons het droevige van onzen toestand nog dieper

.Gij bemint mij nog, Amalazwinthe?" riep Forteman in verrukking uit: „gij zoudt 'niet weigeren, om, indien uw vader onze echtverbintenis gedoogde, een echt met Forteman boven een luistert ijker

verbintenis te stellen?" ....

Waartoe deze veronderstellingen, die toch nooit verwezenlijkt kunnen worden? Het is een zelfkwelling zonder doel

„Zeg dit niet: — daar, waar wederzijdsche liefde heerscht, mag de hoop blijven leven; want de toekomst kan bewerken, wat het