is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen vermoeden te wekken: ik zal iemand naar Benevent jenden, om den Hertog aan te sporen, dat hij zich spoede: en morgen reeds onze vrienden uit Rome bijeenroepen, om te overleggen wat ons tedoen staat. Zoo wij in Rome meester zijn, hebben wij reeds veel vooruit: de wapenkreet, hier aangeheven, zal in Frioul en Ferrara herklinken; Lombardije zal te wapen vliegen: en het leger van Pepijn, zich op het onvoorzienst tusschen twee vuren bevindende, vernietigd zijn, eer Karei te hulp kan snellen."

„Ik ben tevreden," zeide de Patriciër: „en geef mij geheel aan uwe leiding over. Ga dan, wakkere Bohemund, en volbreng de schoon? taak, die gij aanvaard hebt, die van een ongelukkige in zijn recht te herstellen. Ik van mjjn zijde zal, daar mij niets anders wordt overgelaten, mijn pogingen aanwenden om het hart der schooneAmalazwinthe te winnen."

XI.

Wij hebben reeds eenige reizen van den hof gesproken, die zich naast het Paleis uitstrekte. Behalve eenige lanen, die, met beelden, vazen en andere voortbrengselen der vroegere kunst versierd, hem in alle richtingen doorkruisten, werd hij ook door kleinere paadje» doorkronkelt!, die naar nette badplaatsen of andere kleine gebouwen geleidden. De vakken, tusschen aie lanen besloten, waren met fraaiecitroenboomen, oleanders en andere geurige bloemgewassen en heesters beplant, wier dichte takken een lieflijk lommer tegen de sterke zonnestralen aanboden, en waar Amalazwinthe dagelijks gewoon was, hetzij in gezelschap van haar juffers, hetzij alleen, de koele schaduw te zoeken. Het was op den dag na het door ons opgeteekend gesprek. Vermeenende, dat Niceforus, gelijk hij 's morgens gezegd had voornemens te zijn, naar Tibur was gereden, en voor geen stoornis van zijnen kant beducht, was zij, deze reis onverzeld, den bloemhof ingewandeld en zat nu onder het breedgebladerde loof van een kastanje boom in stille gepeinzen verzonken. Reeds had zy een geruimen ty'd aldaar met haar overdenkingen doorgebracht, en was onbewust dat iemand_ haar gadesloeg, toen zij een zucht, die haar ontglipte, in haar nabijheid hoorde herhalen, en opziende, Niceforus gewaarwerd, die ▼oor haar stond. Zij was verrast en ontsteld, en een flauwe kreet ontsnapte haar.

„Mijn komst ontzet u," zeide Niceforus: „O vergeef mij! Maar kon ik den zucht bedwingen, die bij mij opwelde, toen ik den uwen hoorde? Gelooft gij niet, dat de smart, die u kwelt, ook door mij gevoeld wordt?"

„Ik beken, dat gij mij hebt doen ontstellen," zeide Amalazwinthe: ,en ik had niet verwacht, dat iemand, die, als g\j, aan een hof ia