Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w"len^»aigiZI18' te™'jl hij oen schrede voorwaarts deed. duldde hernam zij, op een toon, die geen weerspraak

„Het zn zoo!" zeide de Prins glimlachende: „ik zal wachten:" —

en, om dit meer op zijn gemak te doen, strekte hij zich zoólane

hij was op een rustbank uit, die tegen den wand stond, terwijl For-

ï-orf i- Va Amalazwlnthe met verbazing te hebben nageoogd, het vertrek langzaam op en neder ging. 3 s ' "öl

XII.

„De Hertog is bezig," zeide de hofbediende, die in het voorportaal

febbS, t ijii d* d»r

„Mijn bevelen zijn stellig/' zeide de dienaar, aarzelend: „ik mair niemand inlaten buiten den Gnekschen Patriciër."

"H'* l'j" wfS' siïa^!' hernam de fiere Jonkvrouw, in hevige drift en, den dorpelwachter op een onzachte wijze op zijde stootende, ont-

Ze Te l-e u r fa - jU gehoorzaal binnen. Maar met een pijnlijke verbazing bleef zij op den drempel staan, toen zij haar vader omringd en in een levendig onderhoud gewikkild zag mot onderal, lleanpg !,-e T wreU}l^ke Ifeeren- waarvan zij de meesten KampuluJ opmerkte^11 ' e" waaronder Z,J °°k P'^^alis en

. »,Glj hier!' riep de Hertog uit, terwijl zijn gelaat op haar gezicht zich somber samentrok. „Wie is do ellendige deurwachter die u tegen mijn wil heeft doorgelaten?" watnier, aie u

„Gij moet mij hooren vader!" zeide Amalazwinthe, haastig vooruittredende, zonder een der aanwezigen met een blik te verwaardigen

„Het geldt eens menschen leven: het geldt uw eer." '

bedoelt gij?" vroeg de Hertog, in weerwil van zijn hardvochtigheid ontzet over den hevigen staat van opgewondenheid, waarin zij scheen te verkeeren. Ook de omstanders werpen verleg^blik

vertoond hal Yr.°"w' die zich zoo onverwacht,Jan hen

vertoond had. De hooge kleur, die, ten gevolge van de stemming waarin zij verkeerd had en van haar snellen loop, haar gelaat bij hf.!. bl°"®nkomen kleurde, was opeens verdwenen: en zooals zij in hun midden stond, zouden haar bleekheid en de onbeweeglijkheid haar. houding haar voor een standbeeld hebben doen aanzien Jlonf'ordn r g arte °°gen met zoo ongemeen een vuur ge-'

H w. VII.

Sluiten