is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De zaak lijdt geen uitstel," hernam zij: ,ik moet u spreken, en alleen."

„Het moet ongetwijfeld iets ongemeens zijn, dat u aldus alle betamelijkheid doet vergeten," zeide de Hertog: „maar het zij zoo. — Volg mij: de Heeren zullen mij een oogenblik verschoonen."

En, een gordijn wegschuivende, die toegang tot een zijvertrek verleende, trad hij er met zijn dochter binnen.

„Vader!" zeide zij, zoodra zij buiten het bereik van iemands gehoor waren: „is het waarheid, wat men mij gemeld heeft? Zijt gij een verrader?"

„Ik! En wat heeft deze zonderlinge vraag te beteekenen?"

„O! antwoord mij, en bedenk, dat de eer het onschatbaarst erfdeel is, dat gij aan uw dochter kunt overlaten. — Is het waar: weet gij, wie de man is, die onder den naam van Niceforus alhier uw gastvrijheid geniet?"

Bohomund bemerkte duidelijk uit den toon, waarop zijn dochter sprak, dat het veinzen onnoodig was.

„Ik zie," zeide hij, „dat hij u zijn waren naam heeft geopenbaard. — Ja! ik wist, dat ik den kleinzoon van Dezideer huisvestte, uw Koning en den mijnen."

„Het is dan waar!" zeide zij, met een diepen zucht, terwijl zij de armen zakken liet en de oogen wanhopig naar beneden sloeg.

„Antwoord mij," vervolgde de Hertog: „heeft de Koning u kennis

fegeven van zijn voornemens? — medegedeeld welk glansrijk lot ij u beschoren heeft?"

Amalazwinthe boog, zonder spreken, het hoofd ter bevestiging.

„Welnu! — En wanneer u de troon van Lombardije wacht, wat spreekt gij dan van verraad? — Alsof het verraad kon heeten, de zijde eens overweldigers te verlaten en het wettig gezag in deze landen te herstellen."

„Vader!" riep Amalazwinthe, de handen wringende: „is het mogelijk? tiij zoudt den Koning ontrouw worden? hem. die u met weldaden overladen heeft? die op u vertrouwt als op zijn meest verknochten dienaar, en wien gij in deze lauden vertegenwoordigt. Het kan niet zijn! — O! zeg mij, dat ik mij bedrieg, dat dit alles een logen ii, een droom, een spel mijner verbeelding "

„Ik weet niet," zeide Bohemund, „sedert wanneer het de taak eener dochter is, haar vader ter verantwoording te roepen. — Ga — op een anderen tijd zal ik mij bij u rechtvaardigen. Gij ziet, dat mij thans gewichtiger zaken bezighouden."

„Neen!" zeide zij, zich met geweld aan hem vastklemmende: „zoo zult gij mij niet verlaten. — Gij weet niet alles, vader! — uw heilloos voornemen kan nimmer slagen. Reeds is men van het verblijf des Prinsen bewust: en in het voorvertrek toeft een trouwe dienaar van Karei, die u den last zijns meesters komt overbrengen."

„Een dienaar van Karei! — En wie is de onbezonnene, die aldus zijn hoofd in den muil des leeuws komt steken?"