Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ongetwijfeld!" zeide Okko: „en dat waren de geheimen, waar ik over sprak; maar nu weet gij die ook, en ik kan u vrijuit alles vertellen. '

„Spreek!" zeide Luitmar: „maar maak het kort; want wij zullen onzen tijd wel noodig hebben."

„Welnu!" zeide Okko; „gij «uoet dan weten, dat wij, met de Gezanten op reis zijnde, op een middag dat het te heet was om verder te gaan, ons ophielden nabij een plaats, wier naam ik vergeten ben. Daar zaten zij nu onder een hoogen boom, langs den weg, te praten, de H. Vader (die mooitjes begon te beteren), de Heer Abt, neef Forteman, en die Jood, dien ik bij den ouden Levi gevonden i en, t'le. naderhand is gebleken een Gezant te zijn: en ik zat achter henin het gras en hoorde nu en dan een woord. Daar geviel het, dat zij over de Koningen van Lombardije spraken, en aat de Heer Abt aan den Jood vroeg, of hij, op zijn reizen naar Konstantinopel, Prins Adalgizus ooit had ontmoet, en hoe er die uitzag. Daar keek de Jood of hij dacht, dat men hem schijfjes van knollen voor seclunen in de hand wilde stoppen, en vroeg aan den Abt, of nij werkelijk onbewust was, dat die zoogenaamde Niceforus niemand anders was dan de man, over wien zij spraken. Toen sloegen zij allen de handen van verbazing in elkaar: en nadat zij zich genoeg verbaasd hadden, ontving neef Forteman last om terstond terug te keeren, en den Hertog, of, zoo deze er niet was, u zeiven met de zaak bekend te maken: — ben medegekomen, met verbod van iets van de zaak te laten blijken. — Maar, dat men Forteman niet heeft willen gelooven, dat is toch al te erg."

„Hoor eens!" zeide Luitmar: „hier moet een spoedig besluit genomen worden. Gij moet terstond met den brief naar den Abt terug: ir-, zf"..van mïjne zijde berichten zenden naar Nepi en Spoletium. Bij mijn H. Patroon, zij zullen mjj vooreerst den Burcht niet uitlagen. — Maar maak u reisvaardig gij zult immers niet vreezen,

bij nacht alleen te rijden?"

«'tZou wat helpen, al vreesde ik," antwoordde Okko: „bij den •degen van Gondebald! wat moet, dat moet."

Beiden begaven zich hierop naar beneden, en Luitmar, na Ritta te hebben weggezonden en aan al de zijnen op lijfstraffe te hebben verboden, van haar bezoek te gewagen, liet eenigen van zijn getrouwste en bekwaamste onderhoorigen bij zich komen, en sloot zich met hen op terwijl Okko, zijn paard bestegen hebbende, den weg weder opdraafde van waar hrj gekomen was, alle Heiligen aanroepende om hem voor kwade ontmoetingen te bewaren.

Zijn gebeden te dezen opzichte werden verhoord; althans niets kwaads bejegende hem gedurende dien nacht en de eerste helft van den volgenden dag; maar toen werd hij met eenige bezorgdheid een stofwolk gewaar, die voor hem uit boven den heirweg oprees. Dit viel juist voor op een uitgestrekte vlakte, waar hij, indien de aankomenden kwaad in den zin hadden, rechts noch links eenige kans zag om te ontsnappen. Maar wie schetst zijn verbazing en vreugde tevens, toen een windvlaag het stof deed verstuiven en hjj dezelfde

Sluiten