is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karavaan herkende, met welke hij van Rome vertrokken was-alleen t aan,t. reizigers meer dan verdubbeld te zijn. Deze gelukkige ontmoeting verkortte hein tweederden van den wee DeAW

™7l,d'Vn ,d6 v°orhoede1 reed, werd weldra denknaapgeaar, die nu pijlsnel op hem aankwam, en hield zijn ros in na een

»'» «ich

towMi oklo!"Z,M' » ■» «*• KH*

„Weinig goeds," antwoordde Okko: .Forteman is gevangen en t\ den Longobard onder éRken

geschreven heeft?" ZleD' Jonkvrouw aan Graaf Luitmar

AMt,ru!m denibrief; maar nauwelijks had hij dien doorloonen of hy reikte hem met een somberen blik aan zijn recliter-buurman over' „Ziehier,' zeide hij „een tijding, die wellicht eenige verandering in uw voornemens maken zal." ë

,\ue ,na.m, het geschrift en besteedde wat meer tijd dan de

Abt, eer hij het ten einde had gelezen. Okko sloeg hem intusschen dis nnh'f6 °I)inerkzaamtleld gade; want hij was nieuwsgierig, wie i!l?,,r K d,e,t0ch wezen kon' maar hij zag alleen, dat het een kloekgebouwd krijgsman was, met een schrander uitzicht- doch die waarschijnlijk met zeer mild door de fortuin bedeeld was;'want zijn

stoffagèf W3S VaD eeD Z6er eenVOudi^' om Diet ^ zeggen gemeene

„Bohemund een verrader!" zeide de ruiter, blijkbaar ter neer geslagen: „wie had dit van hem kunnen verwachten! Op wie zal men voortaan vertrouwen mogen?" v

Ah/k "'Ün zaliglietd op zijn trouw gezet hebben," zeide de paaldeïijk" 'S ^ Wê1 Zeker? ~ Die brief meldt hét niet be . „Ziet gij niet, dat zijn dochter hem niet wil aanklagen' Hii dotten lJat" Z6g U ~~ °f 6en 6Zel' d'e Zich schandelijk be„En wat nu gedaan?" vroeg de Abt, verlegen.

„Unze reis met dubbelen spoed vervolgd," was het antwoord Hoe digheid wordt!"611 Samenpakken' hoe noodzakelijker onze tegenwoor-

n„£r ?0,ude'?. WiJ niet.eerat de komst van het leger afwachten? Bedenk dat wij ons roekeloos in gevaar storten en alles op het spel zetten. Indien Bohemund werkelijk een verrader is, zal hn ziin maa regelen wel genomen hebben, en het getal onzer vogere zal te klein zijn om hem te wederstreven." °

„Wat zouden wij wachten?" hernam de ruiter: „elk oogenblik

^!nVï»Sg'"S T nU sraeulende vuur tot een onuitbluschbare vlam doen overslaan. - Voorwaarts, Heer Abt! - en gij mijn

wat gij weet." mijD ZiJde rijden ®n deel mij' eens alle® made

Okko, uit zijn aard praatzuchtig en eenigszins gestreeld met