is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden sieren hem? welke overwinningen heeft hij behaald? welke volkeren aan zich onderworpen? — Maar ik weet het: ééne hoedanigheid bezat hij: en deze miste ik: hij kon uw dochter tot gade nemen. — en dat kon ik niet: ofschoon zij het wel aan mij verdiend had!-' i r

„Vorst!" zeide Bohemund, „neem mijn hoofd. Ik heb de strat verdiend en zal mij die getroosten. Misschien," voegde hij er met fierheid bij, „dat ik anders zou beoordeeld zijn geweest, indien het lot mij begunstigd had." ,

„Uw hoofd!" herhaalde Karei: „en wat zou ik daarmede uitrichten? gü hadt het reeds verloren, toen gij deze dolzinnige onderneming heot aangevangen. — Neen Bohemund! de Koningskroon heeft mij reeds bloeds genoeg doen plengen: de Keizersdiadeem moet vlekkeloos blijven. — Gn zult uw bediening nederleggen en u naar Aken begeven, waar de lucht, hoop ik, heilzaam tot uw herstelling werken zal; want gij zijt niet wel, Bohemund! maar een maand rust zal u uw gezond verstand teruggeven. Het doet mij leed. dat de echt, dien gij u voorgesteld hadt te vieren, thans geen plaats kan hebben; want Adalgizus vertrekt met Paschalis en Kampulus naar een klooster in Galliö en zal daar, naar ik mij vleie, onder den monnikskap zijn heerschzuchtige droomen vergeten. Maar uw dochter zal misschien wel een anderen echtgenoot van mijne hand willen aanvaarden."

„Uwe genade bedoelt den Fries Forteman?" zeide Bohemund, somber voor zich ziende: „hij zal mij welkom zijn als schoonzoon.

„Ik bedoel Forteman, Potestaat van Friesland," antwoordde de Keizer.

Lange jaren nadat de hierboven vermelde gebeurtenissen hadden plaats gehad, woonde op een Stins of sterkte, nabij het dorp iscarl in Friesland gelegen, zekere oude krijgsman, die er, na een avontuurlijk leven, zijne dagen in stille rust was komen eindigen. Hij was ongetrouwd en had geene naaste betrekkingen; maar zoowel de edelen en geestelijken uit den omtrek als de dorpelingen kwamen menigmnlen de lange winteravonden bij vader Okko slijten, zijn goed bier uitdrinken en naar de eindelooze verhalen luisteren van zijn krijgstochten en wederwaardigheden. Dan verhaalde hij hun, hoe hi] in zijn jeugd te Rome had school gegaan; hoe hij met den edelen Forteman en zonder andere hulp dan de Friesche Scholieren, de gansche stad Rome, toen die zich voor een vreemden Keizer verklaarde, weder onder de gehoorzaamheid van Karei den Grooten gebracht had; hoe ter belooning van die heldendaad de Keizer al de Friezen tot vrije mannen verklaard had, alleen van het Rijk af hankelijk, en hun ontelbare voorrechten meer geschonken had. Oischoon deze verhalen gereeden ingang vonden bij allen, die smaak in het bier van Okko vonden, waren er echter (gelijk er overal zijn) in Friesland sommige dwarskoppen, die beweerden dat vader Okko, 't zij door gebrek aan geheugen, 't zij door verkeerde opvatting, 't zij door zucht om alles te vergrooten, de zaken niet m het ware licht voorstelde, en dat men niet alles wat hij zeide als Evangelie