Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet klinkt de bazuinende stem van den Groote, die dit volk ter opstanding wekt, en de trage zielen begeestert met heilig geloof.

Met kanonnen en ironclads en perfide zendelingen krijgt men het niet gedaan. Het moet van zelf uit het volk opkomen, en met gebruik van zijn eigen middelen, de eigen religie en de eigen kunst. Zij hebben voor Jezus de Boeddha's, die niet anders dan zoovele Jezussen zijn, en voor Maria Kwan-Yin, de Boeddha der genade.

Is het niet even lief en poëtisch als een katholieke vrouw voor haar Maria, de chineesche vrouw, die voor het mooie Kwan-Yinbeeldje knielt en zegt: „O groote Liefde, groot Medelijden, Boddhissatwa van het Westen, laat mij toch veel kindertjes krijgen, ik zal rein en kuisch zijn, en mijne ouders liefhebben, en de vrouwelijke deugden handhaven, en u heel veel wierook geven!" Is het niet lief en intiem, hoe dat beeldje een nieuwen geelzijden mantel aankrijgt, en op haar geboortedag een nieuwen hoed, o zoo mooi, met belletjes en kralen als het kan, en hoe zij dan lekkere thee krijgt in kleine kopjes, en vruchtjes, en lotuspitten, om de essence der geuren in te ademen, en zich te goed te doen?

En is het verder ook niet beminnelijk, dat de chi-

Sluiten