Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lee Hoa weer de tooverwoorden, en vóór hen verrees een hoog gebergte. Het meisje veinsde te vluchten, en de held vervolgde haar tot in het midden van de bergen. Plotseling hoorde hij een geweldigen donderslag. Achter en vóór hem was nergens meer een weg. Er was ook niets meer van Han Lee Hoa te zien, en Si Ting San zag dat hij beneden in eene diepe kloof was, met hooge bergen overal om hem, zoo steil, dat hij ze onmogelijk kon beklimmen. Hij was in radeloozen angst. Gelukkig zag hij héél boven op een berg een sprokkelaar aan het werk. Hij riep zoo luid hij kon om hulp, en toen hij gezegd had wie hij was, wist hij den man te overreden, om een lang touw neer te laten. Het touw werd om een boom op een berg geslagen, en Si Ting San werd door zijn redder opgeheschen, nadat hij het neêrgelaten eind om zijn middel stevig had vastgebonden. Maar juist was hij over den halven afstand van beneden tot boven opgetrokken, toen de sprokkelaar kalm heenging. In grooten angst riep de held: „Oude man, hoe laat gij mij nu zoo in het ledige hangen?" maar de sprokkelaar antwoordde: „Jonge veldheer! ge hebt zóó maar achteloos uw leven verpand door een valschen eed. Gij bedriegt anderen, laat ik u nu ook maar eens een keertje bedriegen! Dit is nu inderdaad halverwege tusschen Hemel en Aarde op-

Sluiten