Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijl voor haar het schitterende goud vlamt van Si Ting San, die zoo wild stormt, dat het is of zijn gouden draken woest om Han Lee Hoa kronkelen. De strijd duurt tamelijk lang. Het publiek houdt hiervan. De muziek is onrustig stormend als de bewegingen van den held en de kronkelingen van de gouden draken. Eindelijk geeft Han Lee Hoa een teeken met haar hand. Zij heeft een klein schaaltje daarin, waarin buskruit ontvlamt. De bovenaardschq krijgers, hiermede door haar opgeroepen, kunnen niet naar waarheid voorgesteld worden, volgens de handeling in het boek. Daar hebben de Chineezen geen middelen voor. In plaats hiervan worden dus booze demonen: „kui", *) op het tooneel gebracht. Een Chinees is heel bang voor kui. Kui zijn booze geesten van afgestorvenen, die altijd op de aarde rondwaren, en de menschen kwaad doen op allerlei lage manieren.

Heel curieus is de manier, waarop de Chinees zich zoo'n geest voorstelt. Het is als een mensch, met gewoon, klein lijf, waarop een enorm groote kop. Door de zwaarte van het hoofd beweegt het lichaam lomp en potsierlijk, zoo los alsof er geen beenderen in

*) Wie meer wil weten van deze booze „kuiV leze toch vooral het merkwaardige werk van Prof. J. J. M. De Groot: „The Helegioua System of China". Vol. I.

Sluiten