is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit China

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was of ik een groot Licht zag; een licht, dat niet verblindde, maar rust gaf. Hij was zoo groot en recht als een hooge palm. Zijn gezicht was zoo kalm als een avondstond met stil maanlicht en roerlooze boomenkruinen. Zijn geheele lichaam was zoo statig als de Natuur, zoo mooi van eenvoud, zoo van-zelf opgerezen als een berg of een wolk. Er was een heiligheid om hem als om een landschap, als in plechtige schemering de ziel daarvan afglanst in het late licht en in den devoten dichter een gebed opruischt.

Zijne oogen zagen diep in mij, en ik voelde mij bevreesd bij dien blik, en zag mijn arme leven in al zijn kleinheid. Ik kon geen woord zeggen, en voelde zwijgend zijn licht in mij gaan.

Hij hief de hand op met een gebaar, zooals een bloem beweegt, en stak hem mij toe, in gulle overgave. Hij sprak, en zijn stem was zachte muziek als van wind in bladeren:

„Ik groet u, vreemdeling. Wat komt gij zoeken bij mij, ouden man?"

Ik antwoordde deemoedig:

„Ik kom een' Meester zoeken. Ik wil de rechte Leer vinden, om een goed mensch te worden. Ik heb lang, lang gezocht in dit schoone land, maar het volk is als dood, en ik ben even arm als te voren."