is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit China

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb sedert jaren geen leerling gehad, en ik zie in uwe oogen geen nieuwsgierigheid, maar zuiveren wil naar wijsheid, om uwe ziel te bevrijden. Hoor dus. Tao is eigenlijk niets anders dan wat gij, vreemdelingen God noemt. Tao is het Eene. Het Begin en het Einde. Het omvat alles, en alles keert er toe terug. Lao Tsz' schreef in het begin van zijn Boek liet karakter Tao. Maar wat hij bedoelde, het Allerhoogste, het Eéne, kan geen naam hebben, kan niet verklankt worden door een klank, omdat het Eén is juist. Evenmin kan uw God God heeten. — Wu — Niets dit is de Tao. — Gij begrijpt mij niet? Hoor maar verder. Er is dus iets absoluut Reëels, begin-

hetgeen Lao Tsz' bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. I.eggo, vertaalde Tao door „Course". En van den simpelen zin: „Als Tao (nit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao ziin," maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course". De gcheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Oonfneius' werk Chung Yimg wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen".

Daar Lao Tsz' het karakter in denzelfden volzin in twee bcteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopeu. De zin „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn," is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen", oen zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen". Maar van alle